Projecten
Martindale: wat zegt dat getal?
Er bestaat geen officiële Europese indeling van Martindale-waarden per sector. Wat er wel is, en wat u in België echt moet naleven bij projectmeubilair.
Een interieurarchitect die een stof voor een project kiest, komt vroeg of laat bij één getal uit. Veertigduizend Martindale, of vijftigduizend, of honderdduizend. De vraag die daarop volgt is altijd dezelfde: volstaat dat voor dit project?
Het eerlijke antwoord verrast de meeste mensen. Er bestaat geen Europese of Belgische regel waaraan u dat getal kunt toetsen.
Wat meet de Martindale-test precies?
De weerstand van een weefsel tegen schuren. De methode staat in EN ISO 12947 en die norm bestaat uit vier delen: het toestel zelf, de bepaling van de monsterbreuk, de bepaling van het massaverlies en de beoordeling van de uiterlijkverandering.
Het getal dat op een stalenkaart belandt, komt uit deel 2. Dat deel beschrijft de bepaling van de monsterbreuk door inspectie op vaste intervallen, en dat is precies wat het is: het proefstuk wordt met een vaste druk geschuurd en op afgesproken momenten bekeken tot het bezwijkt. Het aantal toeren tot dat punt is de uitslag.
Er zit dus geen tijd in dat getal, en geen gebruik. Alleen schuren onder laboratoriumcondities.
Bestaat er een officiële indeling per gebruiksklasse?
Nee, en dit is de kern van dit artikel. Cammers doorzocht het Europese aanbestedingskader, het EU-milieukeurmerk, de Belgische brandregelgeving en de Vlaamse zorg- en logiesnormen. Geen daarvan koppelt een aantal Martindale-toeren aan horeca, zorg, kantoor of retail.
Er is wel een Europese productnorm voor meubelstoffen, EN 14465, en die gebruikt EN ISO 12947-2 als testmethode. Het Duitse textielinstituut Hohenstein beschrijft in zijn fiche bij die norm dat de resultaten in categorieën van E tot A worden ingedeeld. Let op wat dat is en wat het niet is: het zijn prestatieniveaus, geen gebruiksklassen.
Welk aantal toeren bij welke letter hoort, staat in geen enkele vrij raadpleegbare bron. EN 14465 is een betalende norm; wie de grenswaarden zwart op wit wil, koopt ze bij het Bureau voor Normalisatie. Wat u wel weet zodra u ze koopt, is dat u een prestatieschaal in handen hebt en geen indeling per sector.
De Europese Commissie stelt aan textiele bekleding zelf geen slijtvastheidseis. In haar criteria voor groene overheidsopdrachten voor meubilair staan voor bekledingsstoffen enkel eisen rond maatvastheid en kleurechtheid, bij wassen, bij nat en droog wrijven en bij licht. Voor prestatieklassen en grenswaarden verwijst zij in een voetnoot door naar EN 14465, die betalende norm dus.
Waar komen de cijfers dan vandaan die u overal ziet?
Uit twee herkenbare bronnen, en geen van beide is een norm.
De eerste is Amerikaans. De Association for Contract Textiles publiceert een uitdrukkelijk vrijwillige richtlijn met twee drempels: twintigduizend toeren voor commerciële ruimtes met weinig verkeer en private ruimtes, veertigduizend voor commerciële ruimtes met veel verkeer en publieke ruimtes. Dat is een brancheafspraak uit de Verenigde Staten, richtinggevend en niet toepasbaar als eis in België.
De tweede is Duits. De consumentenraad van DIN publiceerde een studie met een voorstel voor een meubellabel dat resultaten in drie klassen giet. Ook dat is een voorstel voor een label, geen norm en geen gebruiksklasse-indeling.
De rest van wat u online vindt, komt van stoffenverkopers, en die spreken elkaar tegen. Voor de ondergrens van “licht huishoudelijk” circuleren tienduizend, vijftienduizend en twintigduizend naast elkaar, telkens zonder normverwijzing die te controleren valt.
Hoe Cammers een projectopdracht aanpakt, staat op de pagina voor professionals. De referenties tonen wat er in de praktijk staat.
Wat legt Europa dan wél op?
Eén harde Martindale-drempel, en die geldt niet voor de stof waar u waarschijnlijk aan denkt. Het EU-milieukeurmerk voor meubelen eist voor gecoate weefsels, de groep waar kunstleer onder valt, een schuurweerstand van minstens vijfenzeventigduizend volgens ISO 5470-2.
Dat is een andere norm dan ISO 12947-2. De eerste is de Martindale-methode voor met rubber of kunststof gecoate weefsels, de tweede voor textiel. Wie die twee getallen naast elkaar zet zonder dat onderscheid, vergelijkt appelen met peren.
Voor textiele bekleding is de opgave in datzelfde keurmerk uitdrukkelijk optioneel, met vijftigduizend toeren volgens ISO 12947-2 als indicatie van een goed resultaat. Zonder onderscheid tussen huishoudelijk en contract, want dat onderscheid maakt het keurmerk hier niet. Datzelfde keurmerk stelt wel een pillingeis aan bekledingsstoffen, iets wat de aanbestedingscriteria niet doen.
Wat bindt u in België echt?
Brandgedrag, en dat is een heel ander gesprek dan slijtvastheid.
Het federale Koninklijk Besluit basisnormen brandpreventie wordt hier vaak bij gehaald, maar ten onrechte. In de volledige gecoördineerde tekst is gezocht: er staat niets in over zitmeubilair, stoffering, matrassen of EN 1021. Het woord meubilair komt er drie keer in voor, telkens om het aantal gebruikers van een compartiment te berekenen. Dat KB gaat over het gebouw, niet over wat u erin zet.
In Vlaanderen ligt het per sector anders, en dat verschil is scherp.
| Sector in Vlaanderen | Eis aan het meubilair zelf |
|---|---|
| Woonzorgcentra en aanverwante zorgvoorzieningen | Ja, op één plek. Zitmeubilair in niet-afgesloten gemeenschappelijke zithoeken die open zijn naar de evacuatiewegen moet verbeterd brandgedrag hebben, volgens NBN EN 1021-1 en NBN EN 1021-2 |
| Kamergebonden toeristisch logies | Nee. De brandveiligheidsnormen stellen eisen aan plafond- en wandbekleding, niet aan meubilair |
| Overige sectoren | Geen algemene eis gevonden |
De zorgeis staat in het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2024, dat sinds 1 juli 2024 geldt. Ze is scherp afgebakend, en dat detail wordt vaak weggelaten: ze slaat op niet-afgesloten zithoeken die open staan naar de evacuatiewegen, niet op elk zitmeubel in het gebouw. De redenering erachter is dan ook een brandredenering en geen comfortredenering.
Twee waarschuwingen bij die tabel. Zij dekt federaal België en Vlaanderen, en binnen Vlaanderen de zorgvoorzieningen en het kamergebonden logies. Over Brussel en Wallonië staat hier niets, en over onderwijs en kantoren evenmin: die kaders zijn niet nagekeken. En de Europese Commissie merkt in haar aanbestedingsdocument zelf op dat een overheid bij gebrek aan bindende nationale regels ook niet gehouden is aan een vrijwillige norm.
Zegt een hoger getal dat de stof langer meegaat?
Hier komt de eerlijkste bron van allemaal aan het woord, en dat is de brancheorganisatie die de veertigduizend-drempel zelf publiceert. In haar eigen toelichting bij die richtlijn schrijft de Association for Contract Textiles: “The perception that abrasion test results are the most significant predictors of a fabric’s overall durability is therefore inaccurate.” En verder: een stof met dubbel zoveel schuurtoeren gaat niet dubbel zo lang mee.
Diezelfde organisatie bevroeg haar leden over de werkelijke oorzaken van falende stoffen in projecten. Zij noemt er vier, zonder rangorde: verkeerde reiniging, gebrekkig onderhoud, fysiek misbruik en een verkeerde toepassing. Oppervlakteslijtage staat er niet bij.
Het Belgische textielonderzoekscentrum Centexbel formuleert iets vergelijkbaars over de pillingtest, de oppervlakte-eis die het EU-milieukeurmerk wél stelt: die test meet geen duurzaamheid of slijtvastheid, alleen de neiging van de stof om pluisjes te vormen, en de methode is vergelijkend en niet absoluut.
Waar let u dan wel op per project?
Op de dingen die het testgetal niet dekt. Hoe wordt er in die ruimte gezeten, en hoe vaak wordt er gepoetst en waarmee. Of de stof tegen het reinigingsprotocol van die sector kan, want dat is volgens het onderzoek hierboven een waarschijnlijker faalreden dan slijtage. Of er een brandeis geldt voor uw type gebouw. En of het meubel zelf herstelbaar is, want een stof vervangen op een goed karkas is een andere rekening dan het hele meubel vervangen.
Dat laatste is precies waar een fabrikant met een eigen atelier verschilt van een leverancier. Wie een meubel gebouwd heeft, kan het jaren later ook openleggen en opnieuw bekleden. Hoe dat werk in Mechelen gebeurt, staat op de pagina over het productieproces. Wat dat verschil in de praktijk betekent voor een horecazaak die zitbanken laat maken, staat in horecameubilair rechtstreeks bij de fabrikant.
Wat u hieruit meeneemt
Het getal op de stalenkaart is echt en het is gemeten volgens een echte norm. Wat eromheen gebouwd is, de indeling in gebruiksklassen per sector, is handelsgebruik en geen regelgeving. Vraag dus niet alleen naar de Martindale-waarde, maar ook naar de volledige fiche volgens EN 14465, naar het brandgedrag als uw project daaronder valt, en naar wat er over vijf jaar gebeurt als de bekleding sleet.
Op die laatste vraag geeft een catalogus zelden antwoord.
Veelgestelde vragen
Wat meet de Martindale-test?
De weerstand van een weefsel tegen schuren. Bij EN ISO 12947-2 wordt het monster op vaste intervallen geïnspecteerd en is het eindpunt de breuk van dat monster. Het resultaat is een aantal toeren, geen uitspraak over levensduur.
Bestaat er een officiële indeling van Martindale-waarden per gebruiksklasse?
Niet in Europese of Belgische regelgeving. De Europese norm EN 14465 deelt meubelstoffen in van E tot A, maar dat zijn prestatieniveaus en geen gebruiksklassen. De cijfers per sector die online circuleren komen van leveranciers en spreken elkaar tegen.
Is 40000 Martindale goed?
Dat hangt af van waar de stof komt. Er is geen Europese eis waaraan u die 40000 kunt toetsen. Het EU-milieukeurmerk noemt 50000 toeren als indicatie van een goed resultaat voor textiele meubelbekleding, maar die opgave is optioneel.
Welke eisen gelden er voor meubilair in Belgische openbare ruimtes?
Vooral brandgedrag, niet slijtvastheid. Het federale KB basisnormen gaat over het gebouw en niet over meubilair. In Vlaanderen eisen de brandveiligheidsnormen voor woonzorgvoorzieningen wel zitmeubilair met verbeterd brandgedrag in niet-afgesloten zithoeken die open zijn naar de evacuatiewegen.
Zegt een hogere Martindale-waarde dat een stof langer meegaat?
Niet noodzakelijk. De Amerikaanse brancheorganisatie voor contracttextiel stelt zelf dat schuurresultaten geen goede voorspeller zijn van de totale duurzaamheid, en dat stoffen in de praktijk vaker falen door verkeerde reiniging, gebrekkig onderhoud of een verkeerde toepassing.
Interesse? Wij maken graag tijd voor u.
Met een Cammers-zitmeubel kiest u voor zetels met een lange levensduur. Zo beperkt u meteen ook uw ecologische voetafdruk. Da's mooi meegenomen.
Bezoek onze toonzaal of contacteer ons